7:50 – Een kraai schreeuwt luid, wat een groot contrast vormt met het stille water. Er zitten veel van die schaatsenrijders op het water, zonder te bewegen. Alles lijkt nog in slaap te zijn. Ik heb een klein canvas meegenomen en ben van plan een gedeelte van de waterkant te schilderen.
9:14 – Ik heb eerst een schets gemaakt van de scène die ik wil schilderen en begin vrij voorzichtig. En ik ben ook nog vrij volgzaam. Volgzaam, in de zin van het volgen van de kleuren zoals ik ze voor me zie. Maar langzaam verandert dit en begin ik te zien wat het schilderij wil. Qua kleur, maar ook wat betreft de penseelstreken. En gek genoeg lijkt het wel: hoe kleiner het doek, hoe groter het penseel dat ik intuïtief nodig heb. De kleinere schilderijen lijken meer op ramen naar het moment. Het gaat dan meer om de algehele ervaring van die plek, op dat moment. Waarbij je echt van de ene kant naar de andere kijkt, net als bij een raam. Bij grotere werken is het meer als een deur, waar je doorheen kunt stappen en naar binnen kunt gaan.

