Voor dit schilderij ging ik ’s ochtends op pad en bezocht ik een plek in de buurt die ik tot nu toe nog niet had ontdekt. En ik neem het mezelf niet kwalijk dat het me niet eerder was opgevallen. Vanaf de weg zag het er niet zo bijzonder uit, maar zodra ik het pad door de bomen betrad, stuitte ik op een dassenburcht. Aan de aanblik te zien moeten ze de avond ervoor een flink feest hebben gehad. Daarna kwam ik bij dit prachtige stuk water, omringd door verdorde grassen die in de lente nog tot leven gewekt moesten worden. Dus ik zette daar mijn ezel op, en terwijl ik dat deed, zag ik niet ver van me vandaan een ree.
Het ree zag mij ook, maar bleef gewoon staan. Veel beter dan dat wordt het niet, toch? Dus begon ik te schilderen, met die felle ochtendzon op het gras en de koele groentinten van de stam van de pijnboom.

















