Een van de dingen die ik zo heerlijk vind aan de natuur, is dat er van die plekken zijn die een zeer atypische indruk maken. De plek die ik hier heb geschilderd is zo’n locatie met een bijna tropisch jungle-gevoel. Nu ben ik zelf nog nooit in een tropisch regenwoud geweest, dus mijn verbeelding speelt hier waarschijnlijk een rol in…
Eerst was er deze enorme dichtheid van warme, diepgroene varens die de grond volledig bedekten. Dan dwalen uw ogen omhoog en ziet u de massieve boomstammen die bedekt zijn met dunne, gladde lagen mos en warme, aardse texturen. De overgang in kleur is bijna naadloos. Als u door de bomen kijkt, ziet u dat er water is, wat een open ruimte creëert waar het felle zonlicht van de dag doorheen kan dringen. En enkele van deze zonnestralen vinden ook hun weg door het tafereel voor mij, waardoor zeer heldere, warme plekken ontstaan die afwisselen met de dichte partijen groene bladeren, wat een natuurlijk mozaïek van licht en schaduw vormt.
Toen ik mijn ezel opstelde en begon te schilderen, begon ik mijn compositie dun te schetsen in helderrood. Om eerlijk te zijn denk ik wel na over de kleur waarmee ik mijn schets maak en probeer ik een bewuste keuze te maken; op dat moment ben ik echter nog aan het aftasten, dus ik hecht niet te veel waarde aan de kleur die ik op dat moment gebruik. Ik kan nog vele kanten op en de schets hoeft niet te bepalen hoe ik verderga. In dit geval voelde het gebruik van het levendige rood echter volkomen op zijn plaats. Rood is een complementaire kleur van groen, en deze eerste paar penseelstreken op het doek kwamen gewoon op me af. Maar het deed me beseffen dat dit geen schilderij was dat bedoeld was om op te gaan in de omgeving; het wilde opvallen en het dichte groene gebladerte voor me vieren. Het was midden in de zomer, met muggen overal om me heen, met bladeren die groeiden en bewogen in de warmte en het licht, en met het geluid van vogels in de lucht. Het leven vond plaats met een enorme intensiteit, en ik deed mee.























