De laatste tijd heb ik een toenemende interesse in het schilderen van niet-bestaande plekken. De plek op dit schilderij bestaat wel; ik heb deze echter nooit ’s nachts bezocht. Als uitgangspunt gebruikte ik een kleinere studie die ik eerder dit jaar maakte van bomen op een richel en probeerde me de scène voor te stellen tijdens een nacht met zacht, koel maanlicht.
Ik heb vaker nachtscènes geschilderd en een van de dingen die ik prettig vind, is het vermijden van zwart om in plaats daarvan diepe, donkere kleuren te creëren met blauw, rood en geel. Zwart is op die manier nooit hetzelfde. Zodra de duisternis is gecreëerd, moet er licht zijn. De contrasten moeten subtiel zijn. Voor het maanlicht heb ik fijngemalen oesterschelpen en micastenen gebruikt die ik deze zomer heb meegenomen van ons bezoek aan Zweden.


















