Wanneer ik door het bos loop, staan de meeste bomen vrij recht. Ik word aangetrokken door de buitenbeentjes. Begrijp me niet verkeerd, de sfeer die wordt gecreëerd door een groep bomen of de vegetatie als geheel kan ook spreken. Maar op deze dag voelde ik me gedwongen om deze kromme boom te schilderen, omdat ik hem al eens eerder had geschilderd. Ik draai 360 graden in het rond en deze boom is de enige met zo’n kromming; bovendien lijkt hij ouder en groter.
Hij staat naast een open plek, bijna alsof hij op de uitkijk staat. Er is iets aan de boom dat lijkt op een menselijke houding, alsof hij de weg wijst. Alsof hij midden in een beweging is gevangen. En het deed me afvragen: hoe komt het dat, tussen alle andere bomen, deze boom deze vorm heeft? Is het het resultaat van biologische triggers, afwijkingen op genetisch of cellulair niveau, waardoor hij zo is gegroeid? Is het het resultaat van een gebeurtenis in zijn vroege jeugd? Of stond hij als jonge boom geïsoleerd? Het is bekend dat bomen met elkaar communiceren via hun wortels. Ontbrak het deze boom daaraan?
En nu sta ik ervoor en leg ik hem vast in actie. In beweging.

