Ik heb net mijn ezel opgebouwd om verder te werken aan mijn schilderij van bramenstruiken. Dit is waarschijnlijk een van de laatste keren, maar misschien ook niet. In het schilderij wil ik laten zien hoe de struik woekert en hoe je verdwaald raakt tussen de bladeren. En tijdens het schilderen ben ik zeker verdwaald geraakt. Het is een wirwar, en het schilderij is dit dan ondertussen ook een beetje.
Op de achtergrond hoor ik in de verte wat auto’s op de snelweg die een eind verderop ligt.
Vlakbij zijn twee bonte spechten luidruchtig met elkaar aan het communiceren. Terwijl ik dit schrijf, komt er een vlindertje, een rozenblaadje, op mijn schoen zitten. Ik maak even een filmpje en een foto van het beestje en ga nu aan de slag!

Ik ben nu een paar uur verder en het voelt alsof het schilderij klaar is. Op een bepaald moment volg ik niet meer wat ik voor me zie in het bos, maar ben ik bezig te kijken wat het schilderij nodig heeft. In dit geval is de groep bladeren erg druk en complex. Een soort van ritme. Of alles nu precies klopt of niet, het ritme wil ik graag terugzien. Het gebeurt vrij intuïtief, maar met verschillende variaties van groen en blauw heb ik geprobeerd een soort van spots toe te voegen, om precies de juiste balans, of beter gezegd, de juiste disbalans te vinden.

